Sabine Vess

Tekeningen, schilderijen

sabine vess Contact
Gisbert Schairtweg 62
5301 XE Zaltbommel
t: 0418 516 061
e: sabine.vess@xs4all.nl
w: www.sabinevess.nl
bkr-2017-sv1-l bkr-2017-sv2-m bkr-2017-sv3-r
Contact
Gisbert Schairtweg 62
5301 XE Zaltbommel
t: 0418 516 061
e: sabine.vess@xs4all.nl
w: www.sabinevess.nl

 

In het begin was er voor mij het ornament, de batik: het denken in strikt omlijnde kaders.

In 1971 haal ik ‘de kaneelwinkeltjes’ van de Pools-Joodse schrijver en graficus Bruno Schulz (1892-1942) uit de boekenkast van mijn vader. Op de tweede pagina weet ik dat ik door die wereld heen moet, dat ik wat ik ervaar moet vastleggen en dat ik voor het vastleggen van die tocht de ets nodig heb, de plaat en haar afdruk.

Na haast zeven jaar lezen en herlezen, af en toe wat krabbels en het speels leren omgaan met de etstechniek komt het eind 1977, als bij een ziekte die je al lang onder de leden hebt, tot uitbraak, en na een eerste schetsmatige doorloop bijten zich er tot mei 1983 driehonderd scenes als vanzelf in het zink. Twee keer ben ik in die tijd in Polen, proef Schulz’ land, neem de klank van zijn taal in me op en spreek mensen die hem hadden gekend of mensen kenden, die hem hadden gekend. Ik teken en schilder hem aan de hand van foto’s en begin te schrijven, in het Duits.
Van september 1983 tot april 1984 gaan tachtig van mijn Schulz-etsen in Polen op tournee. In Warschau is men ervan overtuigd dat een samenspel van mijn beeldend werk en proza tot theater zal leiden.
Mijn werk en ervaringen geven in 1989 aanleiding tot het oprichten van de Stichting Bruno Schulz Instituut (24.02.1989 – 31.12.2016).

Van 1986 tot 1993 werk ik op het Instituut voor Theateronderzoek in Amsterdam aan eigen theater. Mijn ‘Karneval – das weisse Gesicht’ speel ik voor het eerst in 1987 in Amsterdam en voor het laatst in 1993 in Berlijn, de stad waar ik in 1940 ben geboren. Mijn makkers zijn dertien wit transparante ‘mensen naar mensen’, giganten met een karkas van kuikengaas en een huid van boekbindersgaas, vastgeplakt met witte acryl.
‘Luna’, een tweede stuk, bestaat alleen als concept.
In 1991 onderbreek ik mijn theaterwerk, ik wil de gezichten van na de val van de muur tekenen. Met de val van de muur waren de gezichten veranderd, in Oost en in West. Drie maanden ben ik onderweg in Europa, in Polen, Rusland, de voormalige DDR, Berlijn en wat steden in de oude Bondsrepubliek, verbonden aan mijn kinderjaren en jeugd, en vervolgens nog een maand in Israël.

In 1993, parallel aan mijn ‘Karneval’, hangen er in Berlijn de tekeningen van die reis. Mijn relaas ‘Unterwegs nach der Wende’ is een brief aan Jan Kassies.

In 1995 loop ik met een groep Kenianen en Europeanen van Mombasa in Kenia naar Kampala in Oeganda.
Vrijwilligerswerk brengt me in 1996 en 1997 niet alleen weer naar Kenia maar ook naar Kameroen en in 1999 en 2000 naar Mali.
In 1998, voor een project voor de inheemse bevolking in het stroomgebied van de Amazone, ben ik voor het eerst in Peru en raak verliefd op een heel land.
Van 1999 tot 2004 werk ik mee aan scholingsprojecten voor wevers, keramisten en goud- en zilversmeden van het platteland, in de Andes en in Lima.
Telkens maak ik het mijn voornaamste taak de eigen creativiteit te stimuleren van hen die me voor even zijn toevertrouwd.

In 2000 neem ik in Lima contact op met ‘Generación’, een ngo die onderdak verleent aan kinderen en jongeren van de straat, samen met hen voor hun rechten vecht en theater in haar programma heeft.
Vanaf toen tot eind 2016 ondersteunt de Stichting Bruno Schulz Instituut het theaterprogramma van Generación.
In 2005 begin ik, samen met de musicus Pepe Toro, die geregeld met de kinderen en jongeren werkt, uit hun leven theater met hen te maken: ‘nana de la calle’ (‘wiegelied van de straat’). Het script is gebaseerd op interviews en mijn aantekeningen vanaf 2000.
Met mijn besluit zelf theater met hen te doen, begin ik mijn straatkinderen te tekenen en te schilderen.
Sinds 2007 doen ook zij mee die op straat leven.
Sinds 2008 spelen zij van de straat ‘nana de la calle’ op middelbare scholen en universiteiten en gaan vervolgens met de scholieren en studenten in discussie.
In 2013 kunnen we eerste stappen voor een straatacademie zetten.

Sinds mijn laatste verblijf in maart/april 2015 liggen beide projecten in handen van de mensen in Lima. ‘Nana de la calle’ wordt als cultureel erfgoed aan de nieuwkomers doorgegeven. De kleintjes van het eerste uur doen nu de regie. We houden contact via het internet en ik blijf hen steunen.
Door omstandigheden thuis kan ik niet meer zo lang weg, heb meer ruimte om te schilderen en te schrijven. En sinds verleden zomer help ik eens per week de ‘Stichting De Vrolijkheid’ in het AZC in Oisterwijk. Dan tekenen en knutselen we met de kinderen en jongeren.

April 2017,
Sabine Vess

Volg Sabine ook op Youtube en Facebook.